Skip to content

A future for the UK in Europe

(This is a slightly edited version of my opening statement in oral evidence I gave on 10 July 2012 to the House of Commons Foreign Affairs Committee inquiry on the future of the UK government’s EU policy)

It is one of the great ironies of European history that the Member State which has been consistently the most critical of the European project, and where some of the most outlandish and most outrageous myths about ‘Brussels’ are peddled, is also the one which contributes some of the most thoughtful, constructive and frankly necessary ideas about how it should evolve.

The intriguing question is: why do these ideas find so little support among countries and people on the continent? And I think the simple answer is: because the UK has never truly become a full member of the European club. It has always been at best half-hearted about the project to which it signed up almost 40 years ago. That is why at the European Council in December last year it proved remarkably easy for the rest of the EU to move ahead without the UK. This wasn’t just a major policy disagreement; it was the culmination of years of frustration about a Member State which professes to want to be at the heart of Europe but in reality doesn’t subscribe to the core objectives pursued by most other Member States.

But if this was the only challenge facing the EU the solution would be easy. The UK and the EU could each go their separate ways, and everybody would be happy. The reality, however, is that several other forces are threatening to pull the EU apart. The most obvious one is the current euro crisis, which pits members against non-members, but even more significantly, Northern members against Southern members. All across Europe, people are losing faith in the European project. Because it imposes too much austerity, because it costs them too much money, because it’s undemocratic, because it’s too bureaucratic.

The EU project is deadlocked and in danger of collapse. Seen from the continent the UK now looks likely to leave at some point in the next decade. Members of the eurozone can’t agree on a viable way forward. The debate between them is getting increasingly acrimonious. The accession of Turkey to the EU has been put on hold indefinitely as a result of our own internal problems. Popular support for the EU and its policies is at an all-time low. If nothing is done, the most likely outcome is that Member States will leave the EU one by one. Some voluntarily, some against their will, all as a result of the political institutional gridlock caused by our existing Treaty framework.

Yet to allow the European project to fail at this junction in history would be madness, and a Europe without the UK would be unthinkable. There are clearly important issues on which Europeans fundamentally disagree, but there are also many objectives which we share: a commitment to the continued stability and security of our continent; increased prosperity by reducing barriers to trade and promoting free competition; strengthening Europe’s ability to make its voice heard in the world; addressing cross-border, global problems effectively.

I am convinced that a durable solution to the current crisis is possible. It will require at least two things. First, a fundamental redesign of the architecture of European cooperation, to remove the destructive tension currently tearing it apart.  Rather than creating a 2-speed Europe – divided between a ‘vanguard’ and a ‘rearguard’, in the words of Joschka Fischer – or gradually forcing countries out of the existing EU framework we should replace the existing EU with a ‘wider Europe’ organisation focused on regional security and global trade, and a second body with a separate decision-making structure to bring together those countries whose economies are so aligned and intertwined that it no longer makes sense for them to have independent fiscal and economic policies. I call this a two-layered Europe and I’ve set out in my article for ECFR what the broad outline of it would be.

The second thing that is required is a popular mandate. Solving the eurocrisis and building a new architecture will need thorough public debate and approval in national referendums. We need to learn the lessons of the last twenty years, and in particular those of the 2005 Constitutional debacle and the current eurocrisis. Only by giving the people a real say can we build a new framework that can withstand the test of time. This process should proceed on an opt-in basis, ie: Member States can opt or refuse to join, but they can’t block other countries moving ahead.

Europe needs to find a new way of dealing with the tensions which are causing it to break up. Not by creating various types of second rate membership or by forcing countries out, but by recasting the entire European edifice in such a way that all current members can stay, and new ones can join.

Bekende politici naar Brussel sturen levert al snel ‘nul points’ op

Nederland moet, net als andere landen, politici met een indrukwekkende staat van dienst naar Brussel sturen, schrijft Lidy Nicolasen (‘Net als het Songfestival hebben we de Europese verkiezingen laten versloffen’, Opinie, 17 mei). Van de meeste Nederlandse EP-leden heeft ze nog nooit gehoord, terwijl landen als België en Frankrijk juist “gepokte en gemazelde” ex-bewindslieden op de kieslijst zetten.

Als voorbeeld haalt ze de zojuist overleden Belgische oud-premier Dehaene aan. Van de doden niets dan goeds, maar als je kijkt naar wat Dehaene de afgelopen vijf jaar in het EP gepresteerd heeft, dan is dat bitter weinig. Zo nam hij volgens onze website http://www.votewatch.eu aan slechts 40% van de stemmingen deel, goed voor een 761e plek op de ranglijst (er zijn 766 EP-leden). Dehaene gebruikte het EP vooral als uitvalsbasis voor zijn vele commissariaten.

Als tweede voorbeeld noemt Nicolasen Guy Verhofstadt, ook oud-premier van België en leider van de liberale ALDE-fractie (en niet ALDO, zoals zij de fractie consequent noemt in haar column). Verhofstadt is inderdaad een zeer actief en zichtbaar EP-lid. Maar hij is dan ook de enige voormalige nationale politicus die zo’n belangrijke positie heeft weten te bemachtigen. Verhofstadt is de uitzondering die de regel bevestigt. De meeste ex-ministers kiezen voor de luwte van de backbenches of het lidmaatschap van een parlementaire commissie met een druk buitenlands reisschema. Franse ex-bewindslieden staan bij de Europese verkiezingen vaak bovenaan de kieslijst, maar eenmaal gekozen nemen ze vaak snel weer de benen.

Van de Nederlandse EP-leden kent Nicolasen vooral Hans van Baalen (VVD) en Wim van de Camp (CDA), die ze veel in praatprogramma’s ziet. Van Baalen nam de afgelopen jaar deel aan slechts 61% van de stemmingen. Wellicht omdat ie liever in praatprogramma’s zat? Van de Camp was wel vaak aanwezig in Brussel en Straatsburg, maar heeft daar inhoudelijk weinig voor elkaar gekregen. Op de ranglijst van rapporteurs (parlementariërs die ontwerp-wetgeving voorbereiden ter goedkeuring door de plenaire vergadering), staat Van de Camp met 2 rapporten op de 243e plaats. Van Baalen schreef zelfs nooit zo’n rapport en staat gedeeld 562e.

Ter vergelijking: Bas Eickhout (GroenLinks), van wie Nicolasen nog nooit heeft gehoord, nam deel aan 92% van de stemmingen en was 3 keer rapporteur, op belangrijke dossiers. Een zoekopdracht op de website van de Volkskrant leert dat Eickhout alleen al de afgelopen twee weken 10 keer in de krant genoemd of geciteerd werd. Eickhout wordt algemeen erkend als dé expert van het EP op het gebied van broeikasgassen. Corien Wortmann (CDA), ook al zo’n onbekende voor Nicolasen, was bijna net zo actief als Eickhout. Zij werd bekend toen ze namens het EP het woord voerde over wetgeving waarmee na de financiële crisis de controle op de openbare financiën van de EU-lidstaten werd versterkt.

Bekende oud-politici inzetten als lijsttrekker voor het EP maakt de verkiezingen zichtbaarder en herkenbaarder. Maar in Brussel schiet je er in de regel weinig mee op. De meest effectieve EP-leden zijn niet ex-bewindslieden, maar de veelal jonge, enthousiaste parlementariërs die in Brussel gestaag positie opbouwen, zoals Sophie In ‘t Veld en Marietje Schaake bij D66 of Eickhout bij GroenLinks. Die zie je niet zo vaak bij praatprogramma’s, maar ook hen kom je overal tegen. Je hoeft er de krant maar voor open te slaan.

 

 

 

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 52 other followers

%d bloggers like this: